In verband met het coronavirus wordt in aangepaste vorm lesgegeven.

Over honden

Heel bijzonder eigenlijk dat mens en hond met elkaar leven. Twee totaal verschillende wezens die elkaars gezelschap zeer op prijs stellen en leren met elkaar overweg te kunnen. Dit kan alleen maar doordat mens en hond een aantal behoeftes met elkaar gemeen hebben. Mens en hond zijn beide sociale wezens die behoefte aan gezelschap en contact met soortgenoten hebben. Mensen zijn aangewezen op elkaar voor bescherming, om aan voedsel te komen en omdat we niet buiten sociaal contact kunnen. Voor honden geldt precies het zelfde. De band tussen mens en hond kan heel hecht zijn. In sommige gevallen moeten mens en hond op elkaar kunnen vertrouwen om een bepaalde taak uit te voeren. Voorbeelden hiervan zien we bij blindengeleidehonden of politiehonden. Maar laten we vooral de band tussen de ”gewone” huishond en z’n eigenaar niet vergeten. Het is zelfs wetenschappelijk aangetoond dat een hond een positief effect op de gezondheid van de eigenaar kan hebben. Honden kunnen stress verminderend effect op ons hebben, en het aaien van een hond kan de hartslag verlagen. Het hebben van een hond kan mensen helpen om sociale contacten te leggen. Mensen met een hond spreken elkaar immers gemakkelijker aan tijdens het uitlaten van hun viervoeter. En dan natuurlijk nog het enorme plezier wat je kunt beleven door je hond te zien rennen op het strand tijdens een lange wandeling of het samen actief bezig zijn met sport en spel.

De hond in de maatschappij
De hond is niet meer weg te denken uit onze samenleving en maakt deel uit van ons dagelijks bestaan. De maatschappij eist wel een aantal aanpassingen om met elkaar samen te kunnen werken en leven. Er zijn een aantal gedragsregels waaraan ieder zich moet houden. Dit geldt voor mensen, maar ook voor honden.

Omdat een maatschappij steeds in verandering is veranderen de regels ook steeds een beetje. Sommige gedragingen die vroeger heel wenselijk waren zijn dat nu niet meer. In ieder geval is de functie van de meeste honden veranderd van werkhond naar huishond. Dit neemt soms wel wat problemen met zich mee. Terriërs zijn gefokt om op muizen, ratten, en zelfs vossen te jagen, maar tegenwoordig willen veel terriër baasjes er niets van weten wanneer hun hond met een rat aan komt wandelen.

Het was vroeger voor vele honden de taak om het erf met verve vrij te houden van vreemden terwijl honden in onze huidige maatschappij juist sociaal moeten zijn en geen agressie naar mensen mogen vertonen. Een hond die iedere voorbijganger in een druk winkelcentrum aanvalt wordt niet gewaardeerd. Vanuit de kant van de hond uit gezien is er ook dikwijls het een en ander loos. Honden die gefokt zijn om actief bezig te zijn met jacht, vee drijven of andere actieve taken hebben ook de behoefte om die activiteiten uit te voeren. Wanneer daar niet aan wordt tegemoet gekomen brengt dat het welzijn van de hond in gevaar met alle gevolgen van dien.

Het ras, het gedrag, de eigenaar en de training
Wat acceptabel gedrag is en wat niet wordt grotendeels door de maatschappij bepaald. Tijden veranderen en daarmee de eisen die de maatschappij aan de moderne hond stelt. Rashonden worden echter nog steeds volgens hun rasstandaard gefokt. Dus de aanleg voor een bepaald gedrag kan in bepaalde rassen sterk aanwezig zijn en in een ander juist afwezig. Dit maakt het van groot belang om heel goed na te denken over de keuze die je maakt bij de aanschaf van een hond. Past die hond bij je manier van leven en bij je eigen karakter? Maar stel ook de vraag of je wel kan voldoen aan de specifieke eisen van een bepaald ras.

Ieder ras heeft zo z’n specifieke kenmerken. De opvoeding en de omgang met de hond zal in zekere mate aangepast moeten zijn aan het type hond. Dus informeer goed naar een bepaald ras alvorens tot aanschaf over te gaan. Natuurlijk zal de hond ook moeten leren wat de regels zijn en wat gewenst en ongewenst is. Het is dan ook voor iedere hondeneigenaar zaak om te zorgen voor een goed opgevoede hond die geen overlast of zelfs een gevaar vormt voor z’n omgeving. Dit is slechts een kleine moeite als je het afzet tegen het enorme plezier wat je aan een hond kunt beleven. De opvoeding van de hond moet wel op een manier gebeuren die past bij het wezen hond en die het dier in z’n waarde laat. Natuurlijk is dit vaak de doelstelling die we hebben. De methode waarop dingen worden aangeleerd moet van het wezen hond uitgaan en inspelen op het natuurlijk gedrag van de hond. Dan ga je op een respectvolle manier om met je hond. Wat je daarvoor terugkrijgt is een waardevolle relatie met het meest fantastische dier wat er is!

Opvoeding van de hond
Een hond opvoeden begint al vroeg. Een deel van de opvoeding krijgen honden namelijk al van de moeder. Deze geeft ze eten en verzorgt de pups, maar draagt ook zorg voor de beginselen van de opvoeding. Dat kan een teef als geen ander. Sterker nog: wanneer een teef niet voor de pups kan zorgen geeft dat later vaak problemen met het gedrag van de pups. Het erkennen van grenzen en het omgaan met frustratie zijn de lessen die de moeder de pups meegeeft.

Dit gebeurt bij het spenen, het moment dat de pups steeds minder vaak bij de moeder mogen drinken. Omdat ze gewend zijn bij moeder te drinken en ze nu steeds vaker weggesnauwd worden door de teef, raken de pups een beetje gefrustreerd. Gelukkig komt er wel vervanging voor die melk van moeder. In de natuur bij wolven, en bij sommige rashonden braakt de teef voedsel op voor de jongen. Meestal is het bij de huishond de fokker die met een vervangende maaltijd komt. Aan dat andere eten moeten ze even wennen, maar wanneer ze het door hebben is dat feest. Dus frustratie opgelost. Een belangrijke les: Leren omgaan met frustratie en leren dat tegenslag niet direct het einde betekent. Vervolgens zijn er tal van dingen die de pups moeten leren. Wat hun eigen soort is en wat niet. Waar kun je sociaal mee om gaan en hoe doe je dat dan. Dit leren de pups in de eerste 12 weken. Heel belangrijk dus die eerste 12 weken, want je zou maar niet leren tot welke soort je behoort. In het latere leven zal dat voor heel veel problemen zorgen. Honden die worden grootgebracht in een schuur en de eerste 12 weken nauwelijks contact met mensen hebben leren bijvoorbeeld niet dat ze met mensen sociaal om kunnen gaan. Deze honden zullen later niet veel van mensen willen weten. Dit geeft al meteen het belang aan van een goede fokker die op een verantwoordelijke manier de pups dit deel van de opvoeding invult. Dus zorgen dat de pups met voldoende mensen en honden kennis maken voor de 12de week.

Opvoeding is iets anders dan gehoorzaamheidstraining
Is de opvoeding dan klaar na de 12de week? Nee! Zeker niet. Er zijn nog tal van dingen die een hond moet leren om binnen onze drukke maatschappij te kunnen functioneren. Wat een hond allemaal moet leren verschilt een beetje van persoon tot persoon. Iedereen heeft zo z’n eigen huisregels. Een aantal regels zal voor veel mensen hetzelfde zijn.

Iedereen wil een hond die zindelijk is, die geen dingen sloopt, niet graaft in de tuin, alleen thuis kan blijven voor een bepaalde periode en acceptabel gedrag vertoont tegenover alle huisgenoten. Allemaal zaken die te maken hebben met de opvoeding. Het stellen van regels en grenzen. Wat is gewenst en wat is verboden. Al die regels moeten de hond worden duidelijk gemaakt en vervolgens moeten de regels ook worden nageleefd.Overtredingen van die regels wordt heel duidelijk niet op prijs gesteld. Dus opvoeding bestaat uit het duidelijk maken van de regels en het handhaven daarvan. Regels die te maken hebben met de dagelijkse gang van zaken en sociale omgang met anderen. Het gaat niet om aangeleerde kunstjes, geen oefeningen maar de basisregels sociaal en acceptabel gedrag. Opvoeding is dus iets anders dan gehoorzaamheidstraining. Hoewel die grens niet altijd even scherp te trekken is. Het aanleren van oefeningen (bijvoorbeeld: zit of af) is gehoorzaamheidstraining. Wanneer een hond de oefening heel goed begrepen heeft maar hem niet uitvoert kan dat weer een opvoedingskwestie zijn. In grove lijnen is voor iedereen wel aan te voelen wat het verschil tussen opvoeding en training is. In onze cursussen gaan we er dan ook altijd van uit dat de opvoeding eerst in orde moet zijn alvorens je met verdere training kan gaan beginnen. Een onopgevoede hond allerlei oefeningen gaan leren is simpelweg een huis bouwen zonder fundering. Voor je aan de bovenverdieping begint zakt alles al in elkaar.

Opvoedingscursussen
Waar bestaan onze opvoedingscursussen uit? Wel, allereerst geven we u voldoende kennis, door middel van een theorieles, om het gedrag van uw hond te kunnen herkennen en om te leren hoe een hond dingen leert. Want veel van het opvoeden gebeurt immers in de thuis situatie en daar zijn wij niet bij. Natuurlijk kunt u iedere les vragen stellen over de aanpak van bepaalde opvoedingskwesties over dingen die u thuis meemaakt. En vanzelfsprekend besteden we in de praktijk ook aandacht aan een deel van de gehoorzaamheid training. Deze is zo opgebouwd dat we tijdens oefeningen ook bezig zijn met opvoeding en het stellen van regels. Op een ontspannen manier leert uw hond gaandeweg de basis oefeningen. Het blijft echter een opvoedingscursus en daarom ligt de nadruk in de beginnerscursus dan ook op kennisoverdracht over honden gedrag en opvoeding.

dec 24, 2014 | Geplaatst door | 0 reacties